• Nieuws

Op 9 februari 2017 heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) beslist dat een niet-ingezetene in de lidstaat waar hij werkt, recht heeft op een pro-rata toepassing van de hypotheekrenteaftrek, wanneer er in de lidstaat waar hij woont geen inkomsten van betekenis aanwezig zijn.


Situatie voor de uitspraak

Binnen de EU was het de regel dat een niet-ingezetene alleen gebruik kon maken van persoonlijke aftrekposten in de lidstaat waar hij werkt wanneer hij 90% of meer van zijn inkomen in deze lidstaat verdiende. Bij een lager percentage was het gebruik van de persoonlijke aftrekposten uitgesloten.

Situatie na de uitspraak

Het HvJ EU lijkt dat zogenoemde 90%-criterium te hebben aangepast. In plaats van te kijken of 90% of meer van het inkomen in één werklidstaat wordt verdiend, is de leidende vraag nu of 90% of meer van het inkomen buiten de woonlidstaat wordt verdiend. Door deze nieuwe, uitgebreide benadering zal eenieder die 90% van zijn inkomsten buiten zijn woonlidstaat verdient, ongeacht de hoeveelheid werklidstaten, recht hebben op een prorata gedeelte van die aftrekposten in de lidstaat waar hij werkt.

Voor wie heeft het gevolgen?

De uitspraak zal gevolgen hebben voor iedereen die meer dan 90% buiten hun woonlidstaat werkt, maar deze werkzaamheden in meerdere lidstaten verrichten. Voorheen konden zij geen aftrekposten claimen in de werkstaten, maar vanaf heden zullen zij recht hebben om naar rato de aftrekposten toe te passen in de verschillende werklidstaten. Ter verduidelijking: In de casus die voor het HvJ EU lag werd door een Nederlander woonachtig in Spanje 60% van zijn wereldinkomen in Nederland verdiend en 40% in Zwitserland. Vóór de uitspraak kon hij geen aftrek in Nederland claimen, maar na de uitspraak moest Nederland voor 60% hypotheekrente aftrek verlenen.

 

HBK - Mei 2017