• Nieuws

Afgelopen dinsdag presenteerde het demissionaire kabinet zijn plannen voor 2018. Door de demissionaire status van het kabinet zijn in het belastingplan 2018 met name maatregelen terug te vinden waarvan het onontkoombaar was dat ze per 1 januari 2018 zouden ingaan. Deze maatregelen hebben met name invloed op de koopkracht van de Nederlandse huishoudens en zien toe op de aanpak van belastingontwijking en –ontduiking.  Aangezien het aantal écht ingrijpende maatregelen beperkt is gebleven, hebben wij derhalve ook eerder aangekondigde maatregelen in deze nieuwsbrief opgenomen.  

 

Schijven- en tariefswijzigingen in de inkomstenbelasting 

Box 1

Voor het belastingjaar 2018 zijn de schijven en tarieven in box 1 weer licht bijgesteld.

 

Schijven en tarieven inkomstenbelasting 2018 voor belastingplichtigen geboren vanaf 1 januari 1946:

Een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan: Maar niet meer dan: Gecombineerd tarief inkomstenbelasting/loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
- € 20.142 36,55%
€ 20.142 € 33.994 40,85%
€ 33.994 € 68.507 40,85%
€ 68.507 -       51,95%

 

Schijven en tarieven inkomstenbelasting 2018 voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946:

Een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan: Maar niet meer dan: Gecombineerd tarief inkomstenbelasting/loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
- € 20.142 18,65%
€ 20.142 € 34.404 22,95%
€ 34.404 € 68.507 40,85%
€ 68.507 -       51,95%

 

Verlaging box 3 heffing

In het belastingplan van 2017 lag een meerjarenplan wat betreft de heffing over het voordeel uit sparen en beleggen. De percentages om het forfaitair rendement vast te stellen zijn voor 2018 naar beneden bijgesteld. Voor het belastingjaar 2018 heeft dit tot gevolg dat:

-       De vrijstelling in box 3 wederom € 25.000 per persoon zal zijn;

-       Het vermogen tot € 100.000 tegen 0,8% zal worden belast (2017: 0,86%);

-       Het vermogen tussen € 100.000 en € 1.000.000 tegen 1,36% zal worden belast (2017: 1,38%);

-       Het vermogen boven € 1.000.000 zal tegen 1,61% worden belast (2017: 1,62%)

 

Aftrekbaarheid eigen woning rente verder beperkt

Vanaf 2018 wordt het maximale percentage waartegen eigen woningrente in aftrek kan worden gebracht verder teruggebracht naar 49,5%. Zoals reeds bekend, eindigt vanaf 2018 ook de aftrekbaarheid van een zogenoemde “restschuld”. 

Boetevrij inkeren niet meer mogelijk in 2018

De inkeerregeling geeft de mogelijkheid om inkomen of vermogen dat eerder niet was aangegeven, alsnog aan te geven zonder dat dit een boete oplevert. Staatssecretaris Wiebes vindt deze boetevrije gang van zaken door de huidige transparantie niet meer van deze tijd en stelt voor deze af te schaffen. Wel blijft vrijwillige verbetering een omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de op te leggen boete. 

Monumentenaftrek blijft nog even

De eerder aangekondigde vervanging van de monumentenaftrek door een subsidieregeling wordt uitgesteld tot 2019. In 2017 en 2018 kan onder voorwaarden dus nog 80% van de onderhoudskosten in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht. 

Multiplier giftenaftrek ook in 2018

Vanaf 2018 zou de extra aftrek voor giften aan culturele algemeen nut beogende instellingen vervallen. Het kabinet wil echter het besluit tot afschaffing overlaten aan het nieuwe kabinet en heeft daarom besloten de aftrek nog een jaar te handhaven.  

Beperkte huwelijksgemeenschap wordt standaard

Vanaf 2018 leidt een huwelijk automatisch tot een beperkte gemeenschap van goederen. Hierdoor blijven alle bezittingen en schulden van vóór het huwelijk buiten de gemeenschap. Ook erfenissen en giften vallen buiten de gemeenschap. Mocht u een andere regeling willen, dan moet u dit bij de notaris laten vastleggen.

Geen schenkbelasting bij wijziging huwelijkse voorwaarden

Voortaan mogen echtgenoten en samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract vrij van schenkbelasting hun vermogens samenvoegen in een huwelijksgemeenschap. Zolang dit leidt tot een meer gelijke verdeling van het totale vermogen (met als grens fiftyfifty) is geen sprake van een schenking.

In de volgende situaties is wel schenkbelasting verschuldigd:

  1. De minst vermogende krijgt door de vermogensverschuiving meer dan 50% van het totale vermogen.
  2. De meest vermogende krijgt een nog groter aandeel in het totale vermogen.
  3. Het huwelijk of notarieel samenlevingscontract wordt gesloten met als voornaamste doel het ontgaan van schenk- of erfbelasting.

Verlaging VPB-tarief 

Het verlaagde tarief voor de vennootschapsbelasting zal worden verlengd tot een belastbaar bedrag van € 250.000 (nu € 200.000). Boven € 250.000 geldt een tarief van 25%. Vanaf 2020 wordt de VPB verder verlaagd. In 2020 gaat de eerste tariefschijf van € 250.000 naar € 300.000 en per 2021 van € 300.000 naar € 350.000. Deze verlenging van de eerste VPB-tariefschijf is vooral voordelig voor het mkb. 

Invoering UBO-register 

Hoewel niet opgenomen in het Belastingplan 2018 is het de verwachting dat het UBO-register vanaf de zomer 2018 eindelijk operationeel zal zijn. Door de invoering van dit register wordt iedere natuurlijke persoon, die voor meer dan 25% (in)direct eigendom of zeggenschap heeft in een B.V., N.V., stichting of vereniging opgenomen in dit nieuwe register. Dit register wordt onderdeel van het Handelsregister van de KvK. Het doel van het instellen van dit register is om belastingontduiking, financiering van terrorisme en witwaspraktijken tegen te gaan.

Aan de rechtspersonen zal de verplichting worden opgelegd om de UBO-informatie aan te leveren die toereikend, accuraat en actueel is. Het niet, niet juist, niet volledig dan wel niet tijdig registreren van UBO-informatie zal worden aangemerkt als een economisch delict!

Het register zal deels openbaar toegankelijk worden. Daarin zullen de volgende gegevens van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ zichtbaar zijn, denk aan: naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en de aard en omvang van het gehouden belang. Daarnaast zal er ook een niet-openbaar gedeelte komen. De daarin opgenomen informatie betreft onder andere: adres, BSN, geboortedag, -plaats en –land. Het niet-openbare gedeelte is alleen toegankelijk voor de daartoe bevoegde autoriteiten, maar ook voor financiële dienstverleners, banken en verzekeraars.

Ter bescherming van de privacy van de UBO’s zijn waarborgen opgesteld. Wanneer door het beschikbaar maken van uw gegevens sprake is van een risico op bijvoorbeeld kidnapping of geweld, kunt u verzoeken om afscherming van de gegevens. 

Beperking WBSO

De kosten van de WBSO (Wet Bevordering Speur en Ontwikkeling) nemen jaarlijks toe. Dit komt zowel door de stijging van de loon- en de overige kosten van R&D, als door te toename van de totale hoeveelheid van in Nederland uitgevoerde R&D. Daarom wordt voorgesteld het tarief in de eerste schijf terug te brengen van 32% naar 31% en het tarief in de tweede schijf terug te brengen van 16% naar 14%. In november worden de percentages definitief vastgesteld. 

BTW

Het verlaagde btw-tarief op geneesmiddelen wordt beperkt tot geneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning is afgegeven.  Dit komt omdat de Hoge Raad heeft bepaald dat sommige producten (zoals tandpasta en zonnebrandcrème) kwalificeren als geneesmiddel en de staatssecretaris het hoge BTW-tarief hierover wil blijven heffen.

Extra mankracht voor wet DBA

De staatssecretaris heeft de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken over de wet DBA. Sinds de ingangsdatum van deze wet (mei 2016) zijn er een aantal modelovereenkomsten gepubliceerd op de site van de Belastingdienst die duidelijkheid bieden aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. Om eventuele resterende vragen op te lossen kondigt Wiebes aanvullende acties aan, zoals een meldpunt en extra capaciteit bij de Belastingdienst voor het beoordelen van de overeenkomsten. 

Van premiekorting naar loonkostenvoordeel

Premiekortingen in de loonbelasting maken per 1 januari 2018 plaats voor de loonkostenvoordelen (LKV). Deze zullen achteraf door de Belastingdienst, na toetsing, worden uitbetaald in plaats van direct in de loonaangifte te worden verrekend zoals nu (nog) het geval is. Per begin dit jaar is al het lage inkomensvoordeel (LIV) ingevoerd.

Hoe nu verder?

Het is de bedoeling dat de voorgestelde wijzigingen per 1 januari 2018 van kracht worden, tenzij er een andere datum wordt vermeld. Of dit daadwerkelijk gaat gebeuren is afhankelijk van de Tweede en Eerste Kamer, zij moeten nog instemmen met de plannen. Daarnaast verwachten wij in het kader van de kabinetsformatie nog de nodige aanpassingen en aanvullingen. Dit betekent dat het zeker tot half december spannend blijft of alle voorstellen worden omgezet in geldende wetgeving.

Wij volgen de ontwikkelingen uiteraard op de voet en houden u op de hoogte!

HBK - September 2017